• Esmokeplaza-1

Formaldehyde in de damp van e-sigaretten

De misleiding van metingen van formaldehyde in de damp van e-sigaretten: het verschil van laboratoriummetingen en de werkelijke blootstelling.

Een door de Esigbond beschikbaar gestelde vertaling van een artikel van Dr. Farsalinos (Het originele engelstalige artikel)

Er is een nieuwe trend zichtbaar in de onderzoekswereld die onderzoek doet naar de e-sigaret: men neemt een apparaat met variabel voltage/wattage, er wordt veel energie toegepast op een verdamper en vervolgens wordt de aldehyde (voornamelijk formaldehyde) gemeten die in de dampen vrijkomt. Het verhaal ging begin vorig jaar van start, kreeg recentelijk een vervolg met een verhaal uit Japan en wordt nu gevolgd door een brief die werd gepubliceerd in de 'New England Journal of Medicine'
 
Ditmaal namen de onderzoeken een apparaat met een variabel voltage en paste gedurende 4 seconden 3,3 en 5,0 volt per puf toe op een (niet nader genoemde) verdamper. Bij 3,3 volt vonden ze geen formaldehyde, terwijl ze bij 5,0 volt formaldehydeniveaus aantroffen die tot wel 15 maal hoger waren dan het niveau dat wordt aangetroffen in rook van gewone sigaretten. Maar er kunnen grote vraagtekens bij dit onderzoek worden geplaatst. 
 
Om te beginnen vonden de auteurs geen formaldehyde, maar formaldehydehemiacetalen. Dit is een combinatie van formaldehyde en alcohol (formaldehyde-propyleenglycol of formaldehyde-glycerol). De auteurs kenmerkten deze stoffen als formaldehyde-afgevende agentia, waarbij ze verwezen naar een onderzoek waarin contacteczeem werd geëvalueerd dat door dergelijke agentia werd veroorzaakt. Als dit referentieonderzoek echter nader wordt bekeken, is het duidelijk dat die formaldehyde-afgevende agentia niets te maken hebben met de formaldehydehemiacetalen die worden gevonden in de dampen van een e-sigaret. Sterker nog, er is absoluut geen bewijs dat hemiacetalen toxisch of kankerverwekkend zijn. Het is feitelijk zelfs niet onmogelijk dat het ontstaan van hemiacetalen bescherming zou kunnen bieden tegen schade die teweeg wordt gebracht door formaldehyde. Desondanks beschouwden de auteurs het risico gelijk aan formaldehyde en berekenden het gevaar op kanker. 
 
Er kunnen nog meer belangrijke bezwaren worden genoemd met betrekking tot dit onderzoek. De auteurs realiseren zich niet dat voltageniveaus geen informatie leveren over de warmtebelasting van een e-sigaret. Het lijkt erop dat zowel de onderzoekers als de reviewers die het onderzoek voor publicatie goedkeurden, niet zagen dat energie in wattage uitgedrukt moet worden. Het gevolg is dat we niet weten hoeveel watt er is toegepast op de verstuiver. Er is echter een manier om dit te schatten, via de informatie die werd gegeven over de hoeveelheid vloeistof die per puf werd verbruikt. De auteurs meldden dat er 5mg vloeistof werd verbruikt bij 3,3 volt. Op basis van metingen die ik uitgevoerd heb, wordt een dergelijk verbruik waargenomen bij ongeveer 6-7 watt bij een puf van 4 seconden. Hieruit volgt dat de weerstand van de verstuiver ongeveer 1,6-1,8 Ohms is. Dit betekent dat de energie bij 5 volt op ongeveer 14-16 watt lag. Dit zou een extreem hoge waarde zijn voor de meeste verstuivers die op de markt verkrijgbaar zijn (met uitzondering van enkele 'opgevoerde' apparaten die zulke hoge wattages kunnen weerstaan). Dus is het overduidelijk dat, niet voor het eerst, de verstuiver werd oververhit, wat uiteraard leidt tot een zeer hoge formaldehydeniveaus. De auteurs negeren het feit dat deze omstandigheden, doorgaans dry-hits genoemd wordt(wat uitgebreid wordt uitgelegd in één van mijn gepubliceerde onderzoeken), gemakkelijk worden ontdekt door de gebruikers. Het gevolg van oververhitting is een onaangename smaak waar niemand tegen kan. Dus niemand gebruikt de e-sigaret onder dergelijke omstandigheden en blootstelling aan zulke formaldehydeniveaus komt dan ook niet voor. Het verhaal dat wordt gepubliceerd in de New England Journal of Medicine is gelijk aan het ontdekken van kankerverwekkende stoffen in een verbrand stuk vlees dat nooit iemand zal eten. Natuurlijk zijn de bevindingen waar, maar niemand zal ooit blootgesteld worden aan de gevonden niveaus.
 
Ik ben bezorgd dat we dit soort verhalen vaker zullen zien. De wetenschappelijke wereld moet zich realiseren dat apparaten met variabele wattages niet gebruikt kunnen worden op ieder wattageniveau met elke beschikbare verdamper. Zelfs voor naïeve gebruikers is de scherpe smaak van de dry-hit ondraaglijk. Ik stel voor dat wetenschappers zelf een e-sigaret onder dry-hit omstandigheden uitproberen. Het is heel gemakkelijk, gewoon een verdamper gebruiken met daarin onvoldoende vloeistof. Dan komen ze er vanzelf achter. In een laboratorium is het in feite heel gemakkelijk om met een e-sigaret zoveel aldehydes te produceren als je maar wilt. Maar dit heeft niets te maken met de blootstelling die plaatsvindt bij het gebruik van een e-sigaret. 
 
Ons team is op dit moment bezig de temperatuur van een dry-hit vast te stellen en de aldehydeniveaus te beoordelen die vrijkomen bij die temperaturen en bij de temperaturen die bij gewoon 'dampen' gebruikelijk zijn. De resultaten zullen over enkele maanden beschikbaar zijn en we hopen dat daarmee de speculaties ten einde komen. Tot die tijd moet iedereen begrijpen dat het meten van aldehydes in de damp van een e-sigaret in het laboratorium misleidend kan zijn en dat gebruikers van e-sigaretten niet noodzakelijkerwijs aan dergelijke niveaus worden blootgesteld.